Gesnapt!
Cameravallen in het wild

Gesnapt!

Voor veel onderzoek naar wilde dieren worden tegenwoordig cameravallen gebruikt. Cameravallen zijn vogelhuisjesachtige camera’s die onderzoekers in de natuurlijke habitat van het dier ophangen. De camera’s gaan automatisch af als er een dier langsloopt. Zo kunnen onderzoekers of natuurbeschermers in de gaten houden hoeveel dieren van een bepaalde soort er nog zijn. Maar ook  nieuwe dingen leren die ze anders misschien niet zouden zien. Heel handig, vooral voor dieren die lastig te spotten zijn! 

Veel werk

Veel werk

Een onderzoek met cameravallen is veel werk. De natuurlijke leefomgeving van de dieren is vaak moeilijk begaanbaar en de camera’s moeten over een groot gebied opgehangen worden om de onderzoeksvraag te beantwoorden. In een cameraval-studie doorloopt een team verschillende stappen. Die stappen verschillen per onderzoek. Om een beeld te geven, lichten we hieronder de stappen uit zoals ze door zijn uitgevoerd bij een onderzoek naar de populatie bongo’s door Wildlife Conservation Society, in het regenwoud van Congo.  

Raster

Allereerst bepaalt de onderzoeker welk gebied hij of zij wil onderzoeken. Dit gebied deelt hij op in een raster met vierkanten van een bepaalde grootte. In elk vierkant wordt een camera geplaatst. De grootte van de vierkanten hangt af van het dier wat je onderzoekt. Bij kleinere dieren zoals knaagdieren wordt een kleiner raster gebruikt dan bij grote dieren zoals de bongo – daar zijn de vierkanten 4x4 kilometer groot.

Op verkenning

Op verkenning

Als het raster is gemaakt, gaat het team op verkenning. De teamleden doorkruizen alle vierkanten van het raster op zoek naar sporen van het dier dat ze zoeken. Denk aan hoef- of pootafdrukken, uitwerpselen, schuurplekken, holen of directe observaties. Het team markeert alle plekken waar sporen zijn gevonden via de gps op een digitale kaart. Zo ontstaat een beeld van waar de camera’s per vierkant het beste opgehangen kunnen worden om een zo groot mogelijke kans te hebben dat de dieren op de foto staan.

De boom in

De boom in

Vervolgens worden de camera’s geplaatst. De hoogte en plek waar de camera moet hangen, is weer afhankelijk van de diersoort. Je kunt je wel voorstellen dat een cameraval voor een bongo veel te laag staat om een olifant goed in beeld te krijgen! Voor de bongo’s is het bovendien belangrijk dat de camera’s aan twee kanten worden geplaatst, zodat je een beeld hebt van de strepen op allebei de kanten van het dier.

Camera's aan

Camera's aan

Als alle camera’s op hun plek geplaatst zijn, gaan ze aan en blijven ze een bepaalde periode hangen. Zo geef je de dieren genoeg tijd om langs de camera’s te lopen en gefotografeerd te worden. Om een inschatting van de grootte van de populatie te krijgen, is het belangrijk dat de camera’s in groepen tegelijk over verschillende, niet aansluitende periodes aan staan.

Analyse

Analyse

Na deze periode, worden de camera’s weer opgehaald of de data-kaartjes eruit gehaald. Het team zet de foto’s op de computer en bekijkt alle duizenden foto’s die er op staan. Een enorm werk, want er lopen in zo’n periode heel wat dieren langs de camera – dus ook heel veel dieren waarnaar helemaal geen onderzoek gedaan wordt (op onderstaande foto is een herdershond te zien)! Het team zoekt eerst de foto’s van het dier dat ze onderzoeken. Voor enkele soorten zijn hier automatische programma’s voor, maar nog lang niet voor alle…

Identificeren

Identificeren

Om een inschatting van een populatie te krijgen, hebben onderzoekers er veel aan als een dier per individu geïdentificeerd kan worden. Dat kan bij zebra’s, bongo’s, tijgers, en veel andere dieren door hun unieke stip- of streeppatroon, maar ook  bijvoorbeeld de vorm van de vin bij haaien. Het team bekijkt alle foto’s en bepaalt of er een nieuw individu op de foto staat, of dat dit dier al eens eerder gefotografeerd was. Alle foto’s samen kunnen uiteindelijk antwoord geven op de onderzoeksvraag – bijvoorbeeld door inzicht te geven in het aantal individuen waaruit de populatie bestaat en hoe de verdeling over leeftijden en geslachten is.

Uitdagingen

Uitdagingen

In de jungle zijn er genoeg uitdagingen voor een cameravalstudie. Zo zijn er nieuwsgierige olifanten of chimpansees die camera’s kapotmaken, bouwen termieten hun nest rond een camera of stelen stropers camera’s uit angst dat ze op basis van de foto’s gepakt zullen worden. Ook de foto’s zelf kunnen mislukken, bijvoorbeeld als het hard regent, als er toevallig een blaadje voor de lens komt te hangen of als de dieren veel te dichtbij komen.

Cameravallen en Gaia Nature Fund

Cameravallen en Gaia Nature Fund

Nu je weet hoe belangrijk cameravallen zijn voor de kennis over en bescherming van bedreigde dieren, begrijp je vast ook wel waarom het Gaia Nature Fund donaties geeft ten behoeve van het aanschaffen van cameravallen. Voorbeelden van diersoorten waarvoor het GNF camera’s heeft gesponsord zijn de Hartmann bergzebra, de bergbongo, de berberaap en de kamelen. Allemaal dieren die in zeer ontoegankelijk terrein leven. En mede omdat er nog maar weinig van deze dieren zijn, is het erg moeilijk om ze live te spotten en te onderzoeken.

Meer lezen

Wil je meer lezen over cameraval-onderzoeken? Dit uitgebreide artikel van het WNF bespreekt honderd jaar cameraval-onderzoek en bespreekt de belangrijkste richtlijnen (in het Engels). Over de resultaten van het bongo-onderzoek lees je meer in deze blog. Dat onderzoek werd gefinancierd door de Nouabale-Ndoki Foundation, een publiek-private samenwerking tussen de Congolese overheid en het WCS Congo programma.

De meeste foto’s zijn beschikbaar gesteld door de Wildlife Conservation Society, Republiek Congo.

Je wordt binnen 3 seconden doorverwezen naar GaiaZOO